deutsch english hele ACE voorraad

Advanced
Cycle
Engineering
Ligfietsen

Weurden 60
NL 7101 NL Winterswijk

0543 53 0905
info@ace-shop.com

Parijs - Brest - Parijs 2003

Met een Quest, door Mark Burgers (van ACE Ligfietsen in Winterswijk)

Het is alweer lang geleden dat er van mij een artikel in Ligfiets& is verschenen. Voor wie mij niet kent: ik ben al ongeveer 15 jaar ligfietser, reed vroeger veel wedstrijden, heb ook wel bekers gewonnen, ben 40 jaar, vader van 2 jonge zonen, en eigenaar van ACE ligfietsen. Het artikel van Tijmen Hoeve, vier jaar geleden in Ligfiets& heeft me geïnspireerd, en dit artikel is ook bedoeld voor hen die dit eens willen gaan ondernemen. Daarom beperk ik me niet tot 1 a4 tje, maar probeer er een goede impressie van te maken. Dit verhaal gaat alleen over mijn eigen ervaringen. Als ik ook over de ander ligfietsers schrijf, dan wordt het veel te lang. Misschien schrijven zij zelf wel een artikel. Al circa 10 jaar verkondig ik dat ik eens P.B.P. wil rijden. In het verleden heb ik al een paar tochten van 550 km gereden, maar dit is een uitdaging van andere orde. Vorig jaar zei mijn vrouw Karin: "Nu inschrijven en ga het rijden, je roept dat al zo lang, hupsakee…". Ze gaf me de tijd om extra te trainen, en de qualificaties te rijden. Over 4 jaar lukt dat misschien niet meer, wie weet hoe druk het dan allemaal is met het gezin en het bedrijf. Tevens vond ik het tijd om serieus mijn gewicht op een normaal peil te brengen en te houden. Ik ben 1.82 m en woog vorig jaar 97 kg. (in maart 2001 zelfs 100 kg). Dus een grafiek gemaakt, op de ene as 52 weken en op de andere de kilo's. De streeflijn loopt kaarsrecht naar 87 kg. Zodra ik (wekelijkse meting) boven de lijn kwam: geen biertje, geen koekjes. En zie daar, het werkt echt. Na 1 jaar keurig op 87 kg, deze discipline blijf ik handhaven, want anders word je niet oud.

De keuze van de ligfiets

Dit zou een bijdrage van de TaCo kunnen zijn, maar zo uitgebreid heb ik niet getest. In P.B.P. zitten 10.000 hoogtemeters op 1.200 km. Dicht bij Winterswijk ligt de Schöppinger berg. Dat is een heuvel met de vorm van een pudding, met een diameter van 4 km. Aan alle kanten lopen mooie smalle asfaltweggetjes de heuvel af, totaal meer dan 15. De hellingspercentages bedragen 8% tot 13%. Het hoogteverschil bedraagt steeds zo'n 70 meter en dat is ook de hoogte van de meeste hellingen in P.B.P. Alleen zijn de meeste hellingen in P.B.P. minder steil. Toch is dit een prima gebied om te trainen. Het is eenvoudig een route te kiezen die naar verhouding evenveel hoogtemeters in zich heeft als P.B.P. Met een hartslagmeter kun je dan vrij precies bepalen met welke fiets je het verst komt bij een bepaalde hartslag. (Een SRM meter is nog beter, maar die heb ik niet).

Ik verwachtte dat een open ligfiets het snelst zou zijn, maar de praktijk leerde anders. Ik lig het best op een Optima Large stoel. In mijn Quest heb ik die al gemonteerd en voor de open fiets koos ik een Stinger vanwege de goede achtervering, de stoel en het gewicht. Een Taifun is lichter, maar de stoel zit me minder lekker en er past geen Optima stoel op. Goede vering is voor mij nodig, want het asfalt van P.B.P. is vaak erg ruw en ik krijg hoofdpijn van teveel trillingen. Per 10 km zitten er in P.B.P. 83 hoogtemeters. Op één van mijn trainingsrondjes zitten er 132 per 10 km. Dat is dus 1½ keer zo zwaar. Daar rijd ik met de Stinger gemiddeld 23.5 km/h met hartslag 155 (tijdens de stijgingen) en met de Quest is dat 24.2 km/h gemiddeld. De Quest is dus ook dan nog sneller. Bij minder hoogteverschil was de Quest veel sneller. En als er veel wind staat, dan neemt het voordeel ook nog toe.

De keus was dus gemaakt, de Stinger gaat wel mee als reservefiets. Een low-Racer met stroomlijn is niet langzamer dan een Quest, maar wel lichter. Dat zou misschien nog beter zijn, maar ik bezit geen tweewielerstroomlijn. Die optie is dus niet meegenomen. Een Quest heeft voor- en nadelen. De voordelen: je zit niet volledig in de zon, risico van verbrande benen gering. De driewieler is stabiel, op lange tochten (> 200 km) merk je dat je veel minder moe wordt omdat je je evenwicht niet hoeft te bewaren. Dit is een niet op waarde geschat voordeel van een driewieler! Ook bij koude en regen blijft je lichaam warm en vrij van kramp. De nadelen: de koeling is minder bij erg warm weer. Het nathouden van een katoenen T-shirt werkt echter in een Quest erg goed. Bij nacht is het zicht slecht. Ik zit erg diep in m'n fiets en kan dus niet vlak voor de fiets op de weg kijken. Tijdens P.B.P. rijdt je op kleine D wegen, vaak zonder markeringen. Dan wordt je erg moe van het turen in het donker. Zelfs met 3 koplampen is het behelpen. Als je in slaap valt, dan ben je verloren. De fiets rijdt door, de afgrond in. Op een tweewieler val je gewoon om. Dat heb ik ook al aan den lijve ondervonden.

Mijn Quest heeft een wat lichter verzet dan normaal. Hoeveel precies weet ik niet eens. Het is ook niet belangrijk, want ik kan 13% soepel omhoog rijden en dan moet ik al voorzichtig trappen, anders slaat m'n achterwiel door (fiets onbeladen). Dat is dus de grens en niet mijn kracht. Tot 60 km/h kan ik meetrappen en dat is ook genoeg. Ik heb gemerkt dat ik het liefst met een traptempo van 85-90 rpm omhoog rijd. De banden zijn Primo Comet 32-406 met reflectie en brekerlaag. Ze zijn licht en rijden ook soepel. De gehele tocht heb ik geen lekke band gehad.

De training

Normaliter moet je 2 à 3 maal per week trainen voor zo'n zware tocht. Die tijd heb ik helaas niet. Alleen op dinsdag kan ik van 10 tot 22 uur trainen. Wel lang dus. Omdat ik altijd vrij makkelijk fiets en snel resultaat heb van training besluit ik het toch te proberen. In de winter gewoon lange tochten rijden, meestal tussen 80 en 200 kilometer. De qualificatieritten vinden plaats van maart t/m mei. Eerst 200 km. Dat moet binnen 13½ uur. Na 7 uur ben ik terug. Dat gaat dus goed. Het is wel een geheel vlakke route. Ook de 300 km kent geen hoogtemeters van belang. Het moet binnen 20 uur, maar na 13 uur ben ik er weer. Dan komt de 400, met wel hoogtemeters in het Sauerland. Er staat 27 uur voor en ik heb er 21 voor nodig. Dat is ook de eerste tocht met een volledige nachtrit. Binnen 2 weken de 600 km. Dat is het serieuzere werk. Er staat 40 uur voor. Je rijdt eerst vlak naar het Sauerland, dan 300 km met heel zware en lange hellingen en dan weer 150 km vlak terug. Om 24.00 uur blijkt het afdalen op slechte wegen bij nacht met de Quest zo onaangenaam dat ik het eerste hotel induik en slaap tot het weer licht is. Uitgerust weer verder en na 36 uur weer terug. Ruim binnen de tijd, met een goede nachtrust. Ik besluit het met P.B.P. net zo te doen. Ondertussen train ik elke dinsdag op de heuvel. Gemiddeld zo'n 1.600 hoogtemeters per training. Of het genoeg is weet ik niet, maar meer training zit er qua tijd niet in. Op het moment dat ik mijn frameplaatje binnenkrijg ben ik heel blij. Er was altijd nog een kans dat er teveel deelnemers zich melden en dat je uitgeloot wordt. Nu mag ik meedoen en is alles niet voor niets geweest.

De organisatie

Het liefst wilde ik met twee begeleiders in mijn bus aan de start verschijnen. Dan kan ik lekker in de bus op m'n matras pitten. De slaapzalen onderweg kunnen erg onrustig zijn. Helaas meldt een van de begeleiders zich af wegens herexamens. De volgende wordt ziek en er blijft er uiteindelijk een over. Het is Gert Blumenstiel, een fanatieke Duitse ligfietser. Hij wilde eigenlijk zelf meedoen, maar moest wegens een blessure afhaken. Uiteindelijk krijgt hij het nog zwaarder in de auto dan ik op de fiets. Ondanks dat er geen tweede chauffeur is wil hij er toch mee doorgaan.

Eten en drinken

In het blad "Fiets" hebben veel artikelen gestaan over training en verzorging van de wielrenner. Ik ben ervan uitgegaan dat je het best vloeibare voeding kunt nuttigen. Dat blijkt ook uit andere verslagen. Daarvoor neem ik Extran Professional Energy poeder, aangevuld met vitaminen en mineralen (1 tablet per dag). Ook een mespuntje zout gaat in de fles, want dat zit niet in het poeder. Wat er wel in zit zijn Maltodextrinen, korte zetmeelketens die een gelijkmatige toevoer van energie garanderen, ook als je maar 1x per uur zou drinken. Omdat er geen kant en klare suiker in het poeder zit smaakt het niet zoet en kun je het veel beter blijven drinken dan de gewone hap energiedrankjes. Het lichaam kan ongeveer 65 gram koolhydraten per uur opnemen. Daarom neem ik zakjes van 200g mee, die gaan in een 1½ liter petfles en daar drink ik per uur een halve liter uit. Heb ik meer dorst, dan drink ik gewoon water erbij. Op een controlepost probeer ik wat zoute koekjes te eten, soms een croissant met Roquefort (errug lekker!!) en een blikje cafeïnedrank (verboden, doping, oeps, heel stout). Ook een flinke plens vruchtensap gaat naar binnen. Dan heb je voor ongeveer 1½ uur koolhydraten in je maag en kun je dus na 1½ uur fietsen weer beginnen met de Extran.

Tijdens de tocht blijkt dit voedingssysteem uitermate goed te werken. Absoluut geen maagproblemen, geen dorst, geen honger, geen kramp. Natuurlijk heb ik me hier ook aan gehouden tijdens de kwalificaties, en ook toen bleek het prima te voldoen. Mijn doel. Je kunt je inschrijven voor 84 uur, en voor 90 uur. Bij 84 uur start je om 05.00 uur, en mis je dus de eerste nacht. Omdat ik niet weet of ik dan voldoende tijd zal hebben schrijf ik me in voor 90 uur. Die eerste nacht is er toch een lang lint van lichten en kan je veilig rijden. Ik wil binnen de 90 uur finishen, liefst met wat reserve. Dan kan ik nog zonder stress een bandje wisselen vlak voor de finish. Ik ben absoluut niet van plan mezelf invalide te trappen. Daarom neem ik mezelf voor het de eerste 900 km. rustig aan te doen. Als ik eenmaal te snel optrek, of teveel kracht gebruikt op een helling, dan kan ik een pijnscheut in een knie of enkel krijgen, en de ervaring heeft me geleerd dat ik dan 300 km. later een akelige pijn ontwikkel in datzelfde gewricht. Ook te snel rijden in combinatie met te weinig drinken doet me geen goed. Ik krijg dan last van kramp. Ook daar zit ik niet echt op te wachten. Als ik met een gemiddelde snelheid rijd van 22 km/h, dan kan ik de nachten slapen, en gewoon op tijd finishen. Dat is mijn doel.

In die 22 km/h zitten dan ook de stops om te stempelen, nieuwe energiedrank te mengen, het toilet te bezoeken, etc. Het klinkt misschien overdreven, maar als je per uur 1x stopt voor een sanitaire behoefte, iets drinken, etc., dan kost dat je ca. 3 minuten per keer. Dat brengt je gemiddelde snelheid met 1 km/h omlaag. Omdat ik veel drink (helpt ook de afvalstoffen uit de benen beter af te voeren, minder spierpijn), moet ik 1 à 2 maal per uur een kleine boodschap doen. Ik zou 5 minuten per uur kwijt zijn, zo'n 2 km/h gemiddeld. Dat maak ik niet meer goed door extra snel te fietsen na die korte rustjes. Daarom gaat er een bidon zonder dop mee. Tijdens een afdaling heb ik tijd genoeg om hem te vullen en de inhoud overboord te kieperen. (Wel even kijken of er geen fietser direct achter je zit, meestal niet, want de Quest daalt erg snel). Andere berekening: 60 fietsuren maal 5 minuten is 300 minuten, is 5 uur! Die tijd kan je beter besteden aan slapen!

De tocht

Zaterdagavond de 17e augustus rijden we naar België. Vrienden wonen daar, en we slapen er. Dan is het de volgende dag niet zo vroeg. Zondag rijden we door naar Parijs. Om 18.00 uur moet mijn fiets worden gekeurd. We zijn er vroeg, en gelukkig wordt de fiets direct gekeurd. Zo rond 16.00 uur staan we op een camping bij Nogent le Roi, de eerste controlepost. We hebben dan al 50 km. van de route verkend. Morgen doen we de volgende 100 km. Dit deel zal ik 's nachts rijden, en dan is het wel goed om een beetje te weten waar de gevaarlijke stukken zitten. Maandag slaap ik zo lang mogelijk uit (tot 10.00 uur). Daarna in de auto, en over de route tot Mortagne au Perche. De laatste 18 km rijd ik met de Quest voor de bus uit. Dit is een erg heuvelachtig stuk, en ik wil even weten hoe het voelt. Met weinig inspanning (vanavond moet het gaan gebeuren) trap ik in 3 kwartier 5 heuvels over. Dat valt me erg mee. Vol goede moed rijden we naar Parijs, en wachten op de start.

Om 21.45 uur stipt mogen we weg

Ongeveer 200 speciale fietsen, vooral ligfietsen en tandems. Er is ook iemand met een step!?! Hij trapt 3x rechts, dan 3x links, enz. Ik denk er het mijne van en neem mezelf voor aan hem te denken als ik ergens een pijntje voel. Dan valt alles mee. Er zijn volgens mij meer dan 100 ligfietsen. Iemand heeft een getal van 160 gezien. Direct na ons, vanaf 22.00 uur starten de racefietsers in groepen van 500 per kwartier. In totaal doen er zo'n 4200 deelnemers mee. Al snel word ik ingehaald door groepen snelle racefietsers. Het volgen van achterlichten levert inderdaad een gemakkelijke nacht op.

De eerste controle waar de volgauto's mogen komen is Mortagne au Perche, op 141 km

Ik rijd mooi 22 km/h gemiddeld, en zie bij aankomst Gerd. Hij gaat naar boven, koffie zetten. Ik stempel, vul water bij, en was het zout uit m'n ogen. Dan rijd ik naar boven, maar zie de auto nergens staan. Het is een beste helling, en eenmaal buiten het dorp besef ik dat het niet goed is gegaan. In het volgende dorp bel ik Gerd. Hij is al behoorlijk in paniek omdat ik maar niet op kom dagen. Mijn stoel, de koffie en croissants staan klaar. Gelukkig heb ik nog genoeg poeder, voel me prima, en rijd verder. Tijd is alles, en de stop bij de auto zou toch niet lang hebben geduurd. Best wel sneu voor Gerd. Hij laadt alles weer in, en gaat op weg naar Villaines, de volgende controlepost.

De man met z'n step blijkt echt goed te zijn. Hij rijdt ook 22 km/h gemiddeld, en het ziet er goed uit! Bergop gaat hij me vlot voorbij. Zou het dan toch kunnen? Om 8 uur ben ik in Villaines. Nu vraag ik aan Gerd precies de route om met de fiets bij de auto te komen. Dat werkt nu nog prima. Later zal ik zo moe zijn dat ik ter plekke de instructies weer vergeet.

Villaines ligt op km. 223

Het gemiddelde is nu 22 km/h, nog steeds prima. Na een heerlijke koffie met broodjes kan ik vrolijk verder. Wat is een goede verzorger toch een geweldige luxe. Het terugvinden van de fiets na het stempelen is simpel: gewoon lopen naar de plek waar zich een mierenhoop van mensen heeft verzameld. In het midden staat Gerd naast de Quest om ervoor te zorgen dat de enthousiaste mensen er geen putten in duwen. Om 12.06 uur de Controle in Fougeres op 311 km. Ik zit weer even lekker in de schaduw. Het gemiddelde inclusief de stops is nog altijd 22 km/h, en ik voel me prima. Ook de anderen die ik tegenkom rijden soepel. Tenslotte heeft iedereen de 600 al gereden, dus de eerste helft moet wel gaan. Om 15.30 uur ben ik in Tinténiac. Dat ligt op 366 km. Gerd is doorgereden naar de volgende post, want ik zou hier waarschijnlijk sneller zijn dan hij. Hij moet steeds naar de hoofdweg en dan verderop weer naar de route rijden. Voor de fietsers is de route uitstekend gepijld, maar de volgauto's moeten alles zoeken. Gerd spreekt geen Frans, en verliest erg veel tijd met zoeken.

Dan komt Loudeac op km. 452

Ik ben er om 19.39 uur. Het gemiddelde is nu gezakt naar 21 km/h. Dat betekent een beetje in het donker rijden. Dat is de straf voor te lang teuten of niet hard genoeg trappen. Gelukkig is het weer goed. Geen wolkje aan de lucht, en geen wind. Daardoor is het wel erg warm. Het is tenslotte midden augustus, dus hoog zomer. Dankzij waterkoeling van m'n T-shirt krijg ik het niet te heet. De zonnebrandcreme vloeit rijkelijk. De etappe naar Carhaix-Plouguer is zwaarder dan ik had verwacht. Op de Michelinkaart zijn een aantal hellingspijltjes niet op deze kleine weggetjes geplaatst. Dat valt even tegen! Moet ik toch nog zweten. Nu komen de snelste rijders me tegemoet! Heb ik ze toch nog gezien. Een deel van de terugweg gaat via een andere route. Dit is wel een heel mooi moment. Het zijn er zo'n 20, en ze rijden alsof ze op sambal zitten. Erg hard dus. De laatste 2 uren in het donker rijd ik achter een groep racefietsers aan. Die zijn ondertussen zo moe dat ik ze bergop bij kan houden. Alleen bergaf gaat het maar 35-45 km/h. Zij zien ook niet meer op de donkere wegen met donkere berm. Overdag klap ik met 70 km/h naar beneden en heb al boven de 90 km/h gereden.

Net voor middernacht arriveer ik in Carhaix op km. 529

Mijn bedje staat gespreid. Na een heerlijke douche neem ik me voor om lekker te slapen. Ik heb tijd genoeg, en moet nog ver fietsen. Goed uitrusten is heel belangrijk. Ik hoef pas voor 17.30 uur de volgende dag in Brest te zijn, een eitje. Daarna is de controlepost gesloten en is het over en uit. Het blijkt dat de keuze van de fiets goed was. Tegen een helling komen racefietsers je voorbij. Er zijn bijna geen vlakke stukken, dus direct erna daal je weer af. De racefietsers met 45 km/h, ik met 70 km/h. Dan haal ik dezelfde fietsers met een noodgang in. De volgende helling wordt je pas veel later weer ingehaald en na 3 hellingen blijf je ze definitief voor. De snellere rijders zijn allang verder, die zie ik niet meer terug. Ik ben tenslotte lang niet de sterkste op het parcours en rijd ook eens bewust rustig.

Mijn verlichting bestaat uit de normale 2.5 Watt koplamp, en 2 Cat-Eye HL-EL 300 lampen op m'n helm. Er rijden erg veel rijders met die Cat-Eye lampen. Ze geven bijna zoveel licht als een 2.5 W halogeenlamp en de batterijen gaan lang mee. Als er wegmarkeringen zijn, en geen tegenliggers, dan kan ik zo snel rijden als ik wil, maar dat komt hier weinig voor.

Overal staan er mensen langs de weg die je onvermoeibaar toejuichen, en water en eten aanbieden. Soms stop ik even om het koelwater aan te vullen, en ben daar heel dankbaar voor. Ik kom zelfs een bord tegen met "gratis slaapplaatsen en maaltijden". Geweldig toch, dat mensen zo meeleven. Dat geeft velen weer de kracht om verder te gaan. Om 8.30 uur wordt ik gewekt. Ik ben goed wakker en eet lekker. Om 10.00 uur ben ik op weg. Nu moet er wel wat gebeuren, want dit was dus een schandalig luie nacht.

De klim naar de 349 m hoge Roc Trevezel valt erg mee. De klim gaat heel geleidelijk, en ik kan er met 14 km/h tegenop rijden. Op de brug voor Brest stap ik even uit om van het schitterende uitzicht op de kust te genieten. Ook onderweg heb je soms schitterende vergezichten, en daar geniet ik echt van.

In Brest stempel ik om 14 uur, km. 615

Dan snel weer terug. Een eerste gevoel van opluchting gaat door me heen. Zo ver heb ik nog nooit gefietst in korte tijd. Het weer is weer prima, en het lijf protesteert nergens. Er liggen zo hier en daar mensen in de berm te slapen. Dan heb ik het wel luxe! Terug in Carhaix om 10 voor 7 's avonds. Gerd is er nog, ik eet snel wat, en ga weer verder. Dat wordt weer nachtrijden. Nu komt dat vervelende stuk met die extra hellingen. Het eerste deel van deze etappe is niet erg zwaar, en het schiet goed op.

Om 23.30 uur ben ik in Loudeac op km. 773

Ik heb al een ambulance gezien die een renner met een hartaanval heeft opgehaald. Oeps, dat gevaar is er dus ook. Goed blijven drinken, en niet te gek doen. Vannacht kort geslapen, want ik moet vandaag 4 etappes rijden ( 311 km!)

Ik moet voor 13.00 uur in Tinteniac zijn. Dat lukt, want om half twaalf stempel ik

Weer wordt het erg heet, windstil, en wolkenloos. Er zijn rijders die iets zitten te eten, en dan gewoon omvallen en blijven liggen. Zo ver heen ben ik gelukkig niet. Verder gaat het, de route is bekend, en ik voel nog nergens pijn. Ondertussen 859 km gefietst. Ik wil niet finishen zonder ook maar iets gevoeld te hebben. Dan houd je het gevoel dat het veel sneller had gekund. Ik geef dus gas. Over het volgende stuk doe ik 2½ uur, wat me op de heenweg 3½ uur kostte (ik rijd nu 30 km/h gemiddeld). Nu haal ik heel veel wielrenners in, ook bergop.

Ik ben zelfs sneller dan Gerd in Fougères, op km. 914

Hij kan de weg weer niet vinden, heeft slecht geslapen op de middenbank, en is best wel moe. Maar hij verzekert me dat het nog gaat. Later blijkt dat een Franse dame onderweg ook nog haar auto tegen de onze heeft geparkeerd, maar dankzij de dikke bumper zat alleen zij met schade. Dat scheelt weer, want anders had hij het helemaal niet gehaald.

Gelukkig voel ik nu dat ik getrapt heb. Mijn achillespezen voel ik een beetje. Ik zit dus wel aan de grens. Iets rustiger ga ik verder. Vrijwel meteen beginnen mijn achillespezen, de een een half uur eerder dan de ander, behoorlijk pijn te doen. Ik vloek zachtjes. Dat was nu ook weer niet de bedoeling. Een kleine handdoek vouw ik op, en leg die onder het zitschuim in de onderrug. Nu zit ik iets dichter bij de trappers. Ik weet uit ervaring dat nu mijn knieën ook pijnlijk gaan worden, maar liever alles een beetje, dan uit moeten vallen. Voorzichtig rijd ik verder, en denk aan allerlei leuke dingen, en natuurlijk aan de man met de step.

In Villaines la Juhel laat ik m'n pezen insmeren door de EHBO

Ik merk nog geen verbetering, en ga verder. De snelheid is er nog best wel in te houden, dus dat valt alweer mee. Gemiddeld vandaag nog altijd 21 km/h, maar te weinig om de strafuren te ontlopen. Rond om me heen liggen er wielrenners, in het bos, in de greppel, gewoon langs de weg, etc. Gelukkig heb ik Gerd die me prima verzorgt. Steeds weer staat mijn stoel in de schaduw, en staan er allerlei lekkernijen gereed. Paradijselijk!

Ondertussen heeft Gerd van twee verschillende mensen gehoord dat er al 350 renners zijn afgevoerd naar diverse ziekenhuizen vanwege uitdroging. Het is dus best wel zwaar, vanwege de hitte overdag. Omdat ik Frans spreek versta ik veel van wat de mensen langs de kant roepen. Ze vinden het geweldig dat ik zo'n kennelijk zwaar ding al die bergen op kan trappen. Ze moesten eens weten dat dat dus best wel meevalt, gezien mijn eerdere metingen. De nacht valt weer, de lampen gaan aan. Op dit moment denk ik: "Wat doe ik hier eigenlijk, ik hoor thuis bij vrouw en kinderen te zijn. Dadelijk lig ik echt in het ravijn, en waarvoor…." Toch maar weer even aan de stepper denken.

Om half twaalf ben ik in Mortagne, op km. 1086

Gelukkig krijg ik het gevoel dat ik het ga halen, ondanks dat ik behoorlijk moe ben. Erg helder ben ik ook niet meer. Er staat een lange rij voor de douches, en ik wil die zalf niet kwijt. Ik stap zo m'n bed in. Even lekker slapen, en met het eerste licht weer weg. Hopelijk doet de zalf z'n werk en wordt de pijn minder.

's Ochtends sta ik op zonder pijn! Maar nu nog fietsen? Voorzichtig de eerste meters… geen pijn, joepie! Lekker verder fietsen. Al snel probeer ik op m'n hurken zittend nog wat gewicht kwijt te raken, en dat gaat ook allemaal goed. Ik zet wat meer kracht, de spieren willen wel! Geweldige zalf, Paris, here we come! Nu haal ik weer veel racers in. Velen rijden bijna continue door, en hebben maar een paar uren geslapen. Omdat hun fietsen minder snel zijn moeten ze bij een gelijke conditie van de rijder meer uren maken dan ik in de Quest. Daarom kan ik dus slapen 's nachts, en kom net zo ver als zij. Overigens is de man met de step waarschijnlijk al lang gefinished. Gewoon niet slapen en doorsteppen. Vergeleken met hem ben ik echt een watje.

In Nogent le Roi (km. 1.167) mogen de auto's niet meer komen

Ik passeer er om half tien, en rijd vlot door. Het gaat prima. Een jubelstemming maakt zich van me meester. Onder luid applaus bereik ik het einddoel, het Gymnase des Droits de l'Homme. Dan sta ik versteld, want ik mag de eindcontrole niet in, ik moet omlopen, want het is alleen voor deelnemers! Er rijden in totaal maar drie stroomlijners mee en die hebben dus geen geblakerde benen. Ook lopen ligfietsers mooi rechtop, ook na 1.227 km. Het verschil in gehavendheid met de wielrenners is te groot. Gelukkig heb ik mijn pasje en laat dat aan de stomverbaasde official zien. Weer een minuut weg.

Om 12.23 uur klok ik uit. Ik had nog 3½ uur reserve. Het gevoel van het gehaald te hebben is niet te beschrijven. Gewoonweg verrukkelijk.

Epiloog

Na douchen en nog even kijken hebben we de bus ingeladen. Dan kunnen we voor de grote uittocht weg en voor de file's voorbij Parijs zijn. De laatsten die het niet gaan halen hebben verdriet en beiden willen we daar niet op wachten. Het blijkt dat Gerd veel rotter is dan ik. Hij rijdt twee maal een half uur en moet dan weer stoppen. De rest rijd ik, want ik voel me prima! Gerd ligt te slapen, hoewel hij normaliter niet overdag kan slapen. De pezen heb ik niet meer gevoeld. 15% van de deelnemers heeft de finish niet gehaald. Dat zijn er zo'n 600! Erg triest, want je bent niet een heel jaar bezig met trainen, geld uitgeven, qualificaties rijden, etc. om dan op te moeten geven. Bovendien heb je een probleem als je geen volgauto hebt. Zie maar eens terug te komen met je dure fiets. Veel treinen rijden er niet. Het was echt een slagveld, lieve lezer(es), weet waar je aan begint… Wat me tegenviel - ondanks dat ik het wist - was het asfalt en het continue haast hebben. Het asfalt is goeddeels zo ruw dat je niet goed wordt van de herrie aan je oren, en flink door elkaar wordt geschud, ondanks volledige vering. Ik vraag me af hoe de rijders op de Mini Trice's dat vonden. Zij hebben 16 inch wielen, zonder vering.

Verder kun je niet op een mooi punt lekker een kwartier in de berm gaan zitten en een yoghurt eten. Natuurlijk zijn er wel rijders die dat doen, maar die moeten 's nachts dus langer rijden. Wat dat betreft kun je beter met vakantie zijn, maar dat is een heel andere discipline. Als je niet rijdt, dan MOET je slapen op commando. Gelukkig heb ik daarmee geen moeite, maar je zult maar kostbare uren wakker liggen van de spanning.

Heel veel dank aan Gerd Blumenstiel, zonder hem had ik veel meer afgezien. Ook heel veel dank aan Karin en de medewerkers van ACE Ligfietsen. Dank zij hen kon ik op zaterdagen de qualificaties rijden, en voldoende trainen. Ook kan ik de bouwers van Velomobiel.nl feliciteren met het bouwen van zo'n prima fiets. Beide Quests (de andere van Hans Wessels) zijn zonder problemen aan de finish gekomen.

Over vier jaar ga ik niet weer rijden, dat wist ik vooraf al. Wel zal ik meegaan met iemand als verzorger. Als Gerd rijdt, dan help ik hem en anders…. bel maar, 0543-530905. Zelf zal ik P.B.P. pas weer rijden als één van m'n kinderen vraagt of ik mee wil. Hopelijk kan ik het dan nog.

Mark Burgers

ace ligfietsen, home; Info: info@ace-shop.com
© 1988-2012 ACE Ligfietsen